Natrium (Lat. Sodium) behoort evenals kalium tot de groep alkalimetalen. Bij een reactie van natrium met zuurstof (verbranding) kleurt het de vlam geel-oranje. In vrije toestand komt natrium in de natuur niet voor. Natrium komt wel voor in talrijke verbindingen, waarvan de verbinding met chloor wel de meest voorkomende is en bekend is onder de naam keukenzout (NaCl).
Symbool van natrium zoals genoteerd in het periodieksysteem met keukenzout.
Natrium en ons lichaam
In ons lichaam zit gemiddeld 90 gram natrium (ruim 0,1 % van het lichaamsgewicht). Natrium bevindt zich in tegenstelling tot kalium hoofdzakelijk buiten de lichaamscel in het bloed en het weefselvocht. Het houdt samen met kalium het lichaamsvocht op peil. (handhaven van het osmotisch evenwicht in de cellen). Dit is een constant proces, waarbij de natrium- en kaliumconcentraties in en buiten de cellen steeds wisselen waardoor een constante vloeistofstroom op gang wordt gehouden die nodig is voor het transport van voedingsstoffen uit het bloed naar de cellen.
Andere belangrijke functies van natrium zijn:
- Handhaven en reguleren van het zuur-base evenwicht (de zuurtegraad) van het bloed en het weefselvocht.
- Het doorgeven van zenuwprikkels, vooral naar de spieren, waardoor deze zich kunnen samentrekken.
Er is weinig bekend over de dagelijkse behoefte aan natrium. Aangenomen wordt dat de behoefte van het lichaam zeer laag ligt. Werd vroeger nog uit gegaan van 0,5 gram (500 mg) natrium, tegenwoordig spreekt men liever niet over minimumbehoeftes. In ons normale voedingspatroon wordt een overdaad aan natrium, in de vorm van zout, geconsumeerd. Het probleem voor de gezondheid zit hem dus niet zo zeer in mogelijke natriumtekorten, maar in de overdaad aan natrium die we binnenkrijgen, hoewel tekorten incidenteel mogelijk zijn. Bijvoorbeeld als men in korte tijd veel vocht verliest door zweten bij grote fysieke inspanningen (duursporten in warm weer) of door braken of diarree (bij ziekte) dan verdwijnt met het vocht veel natrium waardoor uitdrogingsverschijnselen kunnen optreden. De remedie is het drinken van “zout” water. Het probleem schuilt hem echter in de hoge natriumconsumptie middels keukenzout.
Natriumchloride (NaCl of keukenzout) is een belangrijke smaakmaker waar mensen al snel aan gewend (soms misschien wel verslaafd) raken. Het geeft smaak aan ons voedsel. Keukenzout bestaat voor 40 % uit het minerale element natrium en voor 60 % uit het element chloor. In iedere gram zout die we eten zit dus 0,4 gram natrium. Bij een gebruik van 1,5 gram zout zitten we al direct op het niveau van het “oude” advies (0,5 gram natrium) van de Gezondheidsraad (Een officiële ADH is niet vastgesteld). Als we nu weten dat de Westerse consument 10 tot 20 gram keukenzout (4 – 8 gram natrium) per dag consumeert, een hoeveelheid die meer dan het tienvoudige bedraagt van wat we eigenlijk nodig hebben, dan begrijpt men de ongerustheid van de Gezondheidsraad.
Hoewel het lichaam zeer goed in staat is het teveel aan natrium via de nieren en de urine uit te scheiden, worden de nieren daarmee wel extra zwaar belast. Op langere termijn heeft dit nierfunctiestoornissen tot gevolg. Een overmatig zoutgebruik heeft een nadelige invloed op de bloeddruk. Doordat natrium in staat is vocht vast te houden (één van haar belangrijkste functies) zal een te veel aan natrium te veel vocht vasthouden. De hoeveelheid natrium uit 6 gram keukenzout is in staat 1 liter vocht vast te houden. Dit vocht moet ook allemaal via de bloedbaan door het hart worden rondgepompt en via de nieren worden uitgescheiden. Het hart moet harder werken en levert meer druk. De druk in de bloedvaten wordt hoger (hoge bloeddruk). De haarvaten (zeer fijne en tere bloedvaatjes) zijn hier minder goed tegen bestand en kunnen beschadigen. Bij levensbelangrijke organen als hart, longen, hersenen, lever en nieren levert deze extra slijtage op. De aanvaarbare bovengrens voor natrium is daarom vastgesteld op 1,5 – 2,3 gram per dag voor volwassenen, dit komt overeen met 3,8 – 5,8 gram keukenzout per dag (Bron: EU/EFSA 2005).
Natrium en onze voeding
Natrium (lees keukenzout, NaCl) komt praktisch in alle voedingsmiddelen in kleine hoeveelheden van nature voor. Aardappelen, verse groenten en fruit, vlees, melk en drinkwater zijn natuurlijke bronnen van natrium. Daarnaast wordt keukenzout veelvuldig toegevoegd door de voedingsmiddelenindustrie in allerlei industrieel vervaardigde voedingsmiddelen. Zout is een belangrijke smaakmaker en werkt smaakondersteunend voor andere stoffen in voedingsmiddelen. Verder heeft zout bij hogere concentraties een belangrijke conserverende werking. Het meeste zout dat we consumeren komt dan ook van industrieel bereide voedingsmiddelen. Kaas, vleeswaren, brood, blikgroenten, diverse kant-en-klaar producten en niet te vergeten de zoutjes en snacks zijn verantwoordelijk voor meer dan 6 gram (2,5 gram natrium) zout per dag. Dit is 40 % van de gemiddelde dagelijkse zoutconsumptie. Ook veel voedseladditieven bevatten natrium als een belangrijk bestanddeel, zoals bakpoeders, smaakversterkers en conserveermiddelen. Zelf strooien we dan nog vaak kwistig met de zoutpot, waarbij een huiselijk gebruik van 4,5 tot 6 gram (2 – 3 theelepels) zout geen uitzonderingen zijn. Samengevat is toegevoegd zout 70 tot 80 % van de dagelijkse zoutconsumptie.
Al met al eten we met zijn allen veel te veel zout. Voldoende reden voor de Gezondheidsraad om al in 1986 uit te komen met het advies “Vermindering gebruik keukenzout”. De raad adviseert dagelijks niet meer dan 9 gram keukenzout te gebruiken. Zelf minder zout over het eten strooien en de consumptie van bijvoorbeeld groenteconserven, kant-en-klaar maaltijden, zoutjes tot een minimum beperken, levert al een belangrijke bijdrage in de vermindering van de zoutconsumptie. Eigenlijk is de consumptie van de natuurlijke bronnen van zout (aardappelen, verse groenten en fruit, vlees, melk en water) ruim voldoende om aan de zoutbehoefte van ons lichaam te voldoen.